KAREL BORGHUIS

Karel Borghuis werd op 13 april 1927 in Oldenzaal geboren. Zijn vader Toon Borghuis was indertijd een ter stede alom bekend onderwijzer en dirigent.

Na aanvankelijk pianolessen van Kuno Stierlin te hebben gehad, werd later Kees van Baaren enige tijd zijn pianoleraar. Na de lagere school ging Karel naar het gymnasium aan het Twents Carmel-lyceum in Oldenzaal. Zijn eigenlijke muziekstudie begon in Amsterdam met Kinderkoorzang en Koordirectie bij dr. Lothar Wallenstein. Hij woonde in die tijd ook in de hoofdstad. Zijn studie orgel bij Simon C. Jansen sloot Borghuis in 1950 af met het staatsdiploma. Aan het conservatorium In Utrecht studeerde hij voor het diploma Schoolmuziek. In 1966 kwam daar nog de lesbevoegdheid voor piano bij.

Omdat zijn vader alleen tussen 1930 en 1933 af en toe de beiaard bespeelde, en omdat tussen 1935 en 1938 de toren werd gerestaureerd, heeft Karel als jongen nooit zo bewust het beiaardspel van zijn vader kunnen beluisteren. Pas toen de Amerikaan Percival Price na de oorlog Oldenzaal bezocht, werd hij door het spel van Price zo enthousiast dat hij besloot aan de pas opgerichte Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort te gaan studeren.

Toen Borghuis in 1954 definitief zijn vader opvolgde als bespeler van de Oldenzaalse torenklokken was er nog geen sprake van een vast dienstverband bij de gemeente. De bespelingen waren onregelmatig en werden steeds per keer gehonoreerd. Wèl vergoedde de gemeente alle kosten van de reizen naar de beiaardschool. Aangezien Borghuis in Amersfoort geen theorielessen meer hoefde te volgen, ging hij bij Kees van Baaren compositie en orkestratie studeren. Uiteindelijk waren hij en Henk Herzog uit Den Haag de eersten die in 1956 het beiaarddiploma behaalden.

Een jaar eerder was uit het Schotse Aberdeen het verzoek gekomen of hij tijdens de plechtige opening van de nieuwe universiteit door Koningin Elisabeth het stedelijk carillon wilde bespelen.

In 1958 was Borghuis een van de Nederlandse beiaardiers die een maand lang in Brussel waren om tijdens de wereldtentoonstelling aldaar de beiaard te bespelen.

Koninklijke luisteraars waren er opnieuw toen hij in 1964 in aanwezigheid van Koningin Juliana en Prins Bernhard de 49 klokken tellende beiaard op de campus van de nieuwe Technische Hogeschool (thans Universiteit Twente) inwijdde door het spelen van het Wilhelmus en het lied Gaudeamus Igitur.

In dat jaar werd Borghuis tevens gevraagd of hij aan geïnteresseerde studenten en medewerkers van dit onderwijsinstituut beiaardles zou willen geven. Dat heeft hij ruim 25 jaar lang met veel plezier gedaan.

Pas in 1967 werd Borghuis officieel benoemd als stadsbeiaardier van Oldenzaal. In die tijd werd de beiaard van april tot oktober wekelijks tijdens de markt op maandagmiddag bespeeld. Hoewel hij objectief gezien al langer dan 25 jaar beiaardier van Oldenzaal was, werd aan dit feit pas in 1980 aandacht besteed. Ter gelegenheid van dit zilveren jubileum schreef Jan Schoenaker een sonnet.

Naast al zijn werkzaamheden als organist, pianodocent, koordirigent, beiaardier, en schoolmusicus, heeft Borghuis met zijn carnavalskoor 'de Sassenfrassers' ook 18 jaar lang voor de muzikale hoogtepunten op de gala-avonden van de Oldenzaalse Carnavalsvereniging 'De Kadolstermennekes' gezorgd. Zijn vrouw Dora Borghuis-Stuldreher schreef hiervoor de teksten.

Aan zijn lange loopbaan als docent Schoolmuziek aan middelbare scholen, waaronder het Pius X-college in Almelo, kwam in 1987 een eind toen hij gebruik kon maken van een VUT-regeling.

Borghuis heeft veel muziek geschreven en bewerkt voor beiaard, koren en harmonie-orkesten. Behalve een lange lijst van arrangementen vermeldt de catalogus ongeveer dertig originele beiaardwerken. Veel van zijn composities en arrangementen zijn gepubliceerd in de vijf Twentse Beiaardboeken. Het eerste verscheen in 1974 ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de campusbeiaard. Dat niet alleen klokken zijn belangstelling hadden mag blijken uit het feit dat hij ook voor fluit, piano, orgel, koor en harmonie-orkest muziek heeft geschreven.

Met het oog op de toekomst is in 1990 op initiatief van Borghuis de Stichting De Twentse Beiaard opgericht met als doel om de beiaardcultuur in Twente een extra injectie te geven. Ook het centraal verzorgen van de publiciteit rondom de beiaardactiviteiten in Twente behoort tot de doelstellingen van de stichting. Uit de verschillende activiteiten die sinds haar oprichting door de stichting zijn ontplooid blijkt dit een vruchtbaar idee te zijn geweest.

Geheel onverwacht overleed Karel Borghuis op 27 april 1992. Hij werd op 1 mei in Oldenzaal begraven.

Voorafgaand aan de uitvaartdienst luidde uiteraard het volledige gelui van vijf klokken ten afscheid en speelde zijn leerling en opvolger het verstilde Pastel in Bronze - sfeerschildering in brons - van de Amerikaanse componist en beiaardier Albert Gerken.

Evenals zijn vader was Karel Borghuis in Oldenzaal een bekende persoonlijkheid. Bijna iedereen kende hem ook met name als beiaardier. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij met enkele vellen bladmuziek in zijn hand in brons is vereeuwigd.